Historie op kniehoogte

Een stoeppaal van natuursteen, die al eeuwen op dezelfde plek staat, heeft vele levens aan zich voorbij zien trekken.
Veel van zijn historie valt af te lezen aan de vorm, kleur, beschadigingen en 'huid' van de steen.

Definities

Stoep: Een stoep of trottoir is een verhoogd of afgescheiden deel van de weg en bedoeld voor gebruik door voetgangers. 
Stoeppaal: Paal, meestal van hardsteen, soms van ijzer, die de particuliere stoep scheidt van de openbare weg. Tussen stoeppalen zijn vaak stangen of kettingen aangebracht.
Schamppaal of Amsterdammertje: Paal op het trottoir om ongewenst parkeren te verhinderen en rijbaan en stoep van elkaar te scheiden.

Korte geschiedenis

Uit verschillende plaatselijke resoluties blijkt dat er in de tweede helft van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw een wildgroei in het leggen van stoepen aan de gang was. Daarom gingen de steden hier regels voor formuleren.
Een huiseigenaar had (afhankelijk van de gemeente waar hij woonde) recht op 3 à 4 voet (circa 85 à 115 cm) van de weg voor zijn huis. Er moest voldoende ruimte overblijven voor voetgangers en de stoep mocht niet worden uitgebouwd over de goten.

Stoeppalen zijn er in veel verschillende vormen en maten. Meestal zijn ze uitgevoerd in Belgisch hardsteen. Soms eenvoudig van vorm, soms met bijzonder hakwerk en en enkele keer beschilderd. Hoe rijker versierd, hoe hoger de status van de bewoner. Op basis van de vormgeving kan ook iets worden gezegd over de ouderdom van de palen en de afkomst.
Een tijdlang waren bij gemeentes de betonnen stoeppalen populair, deze werden vooral geplaatst als schamppaal. Tegenwoordig worden 'goedkope' palen geïmporteerd uit China. (Deze hardsteen heeft een lagere kwaliteit dan de Europese hardsteen en raakt sneller beschadigd). Sommige gemeentes stimuleren huiseigenaren om hun historische stoep te laten restaureren of om een verdwenen stoep weer terug te brengen. 

Waarschijnlijk hanteerden lokale steenhouwers een modellenboek. In sommige steden komt dezelfde soort stoeppaal veel voor, terwijl die op andere plaatsen niet te vinden is. Het model dat algemeen het meest voorkomt is achthoekig met een halve bol als bovenkant. 

Een stoeppaal is iets anders dan een 'schamppaal' of een 'Amsterdammertje'. Deze kwamen pas in gebruik vanaf het eind van de negentiende eeuw, toen het verkeer explosief begon toe te nemen. In deze tijd zijn ook veel stoeppalen uit het straatbeeld verdwenen om meer ruimte te creëren voor handkarren, paard en wagen en later de auto.

Weetjes

  • Er bestaan mannelijke en vrouwelijke stoeppalen. De mannelijke stoeppaal heeft meestal een schild en de vrouwelijke een ruitvormig ornament. Volgens de regels van de heraldiek staat de mannelijke steen links en de vrouwelijke rechts van de entree.
  • Op Terschelling bleven de stoeppalen langer in gebruik dan in de rest van het land. Toen de functie van de palen uiteindelijk verdween, kregen ze soms een tweede leven als grafsteen. Op het oudste kerkhof van het eiland, het Stryper kerkhof, staan een paar mooie exemplaren.
  • Leiden kent een typische Pieterskerkpaal en een Hooglandse Kerkpaal. Per ongeluk is ooit één van de Pieterskerkpalen bij de Hooglandse Kerk terecht gekomen, blijkbaar heeft men het verschil niet opgemerkt.
Bronnen: T. Brouwer: Stoepen, stoeppalen, stoephekken; Haslinghuis-Janse: Bouwkundige termen; Wikipedia